De Geschiedenis van Roken

De eerste gebruikers van tabak waren naar alle waarschijnlijkheid mensen uit de Maya-beschavingen van Centraal-Amerika. Tabaksblaadjes werden gebruikt voor het behandelen van wonden en als pijnbestrijder en het roken van tabak was belangrijk tijdens religieuze rituelen. Op eeuwenoude inkttekeningen is te zien dat een priester een pijp rookt in één van de nu vervallen tempels. Ook denkt men dat ze een soort sigaren rolden van wilde tabaksbladeren. Toen de Mayacultuur uiteenviel namen de uiteengevallen stammen de tabak mee richting zuidelijk Amerika. Tabak vond ook zijn weg naar de pijpen en religies van de Mississippi-Indianen in Noord-Amerika.

Het was eeuwen later toen de grote ontdekkingsreizigers, onderweg van Europa naar de Oriënt, tabak ontdekten op het Amerikaanse continent. In 1492 zeilde Christoffel Columbus van Palos in Spanje en ging aan land op een eiland dat hij ‘San Salvador’ noemde. Columbus werd begroet door de gefascineerde indianenstam de Arawaks, die dachten dat Columbus en zijn mannen goddelijke wezens waren die gestuurd waren door hun Goden.

De Arawaks overlaadden Columbus en zijn mannen met giften, waaronder wilde fruitsoorten, houten speren en gedroogde balderen die, volgens het scheepsjournaal van Columbus, een opmerkelijk aroma afgaven. Columbus en zijn mannen accepteerden de cadeaus en aten het fruit, maar gooiden de gedroogde bladen weg. In 1492 zou Christoffel Columbus vermoedelijk de eerste persoon zijn geweest van buiten het Amerikaanse continent die tabaksblaadjes heeft geroken en aangeraakt. Later in hetzelfde jaar landden de ontdekkingsreizigers Rodrigo de Jerez en Luis Torres op het Caraïbische eiland Cuba, ze waren op dat moment onderweg naar China. Jerez en Torres zijn naar verluidt de eerste Europeanen geweest die getuigen waren van het roken van tabak. Dit gebeurde toen ze de lokale bewoners tabaksbladeren in palm- of maisbladeren zagen wikkelen, waarna ze één zijde aanstaken en een trekje namen van de andere kant. Er wordt aangenomen dat Jerez de eerste persoon van buiten het Amerikaanse continent was die rookte.

Bij zijn terugkomst in Spanje joeg Jerez de bevolking de stuipen op het lijf omdat ze schrokken van de rook die uit zijn mond en neus kwam. De inquisitie, die in die tijd veel invloed had in Spanje, dacht dat Jerez bezeten was door de duivel en sloot hem daarom zeven jaar op in de gevangenis. Tegen de tijd dat hij vrij werd gelaten, was roken gek genoeg al een gebruik geworden in Spanje.

Begin 1500 werd de Atlantische Oceaan bevaren door verschillende vloten en schepen, met aan boord moedige mannen die vastberaden waren om te ontdekken wat er aan de andere kant van de oceaan lag. In 1518 landde de ontdekkingsreiziger Juan de Grijalva in Yucatan, Mexico en zag dat de lokale bevolking tabaksbladeren rookten. Eén jaar later veroverde de beroemde reiziger Cortez de Azteekse hoofdstad Mexico en trof daar inwoners aan die sterk geurende tabak rookten. Tegen het midden van de jaren 1530 werd tabak in de Caraïben gecultiveerd en verbouwd door Europeanen. Tien jaar later werd er in Brazilië tabak verbouwd voor commerciële export. Nog tien jaar later maakte Frankrijk kennis met tabak en werd het door de Fransen gelijk omschreven als een ‘comfortabel genucht’. In 1560 stelde de Franse ambassadeur in Portugal, Jean Nicot de Villemain, dat tabak een remedie bood voor allerlei verschillende ziekten. Het was uiteindelijk inderdaad Jean Nicot aan wie we het woord nicotine te danken hebben.

Na de Fransen en de Spanjaarden werd de tabak ook door de Engelsen ontdekt op hun reizen in Noord Amerika. Vanaf die tijd werd roken zeer populair in heel Europa, mensen gingen het pruimen en snuiven of het werd in een pijp gestopt. In verschillende schilderijen die gemaakt zijn in de gouden eeuw is duidelijk te zien dat er in Nederland ook veel werd gerookt. Dit zijn werken van o.a. Adriaen Brouwer, Jacob Jordaens en Jan Steen. Het roken was rond deze tijd trouwens niet overal populair, in sommige landen zoals China stond zelfs de doodstraf op het verkopen van tabak en als je in Rusland of Turkije snuiftabak gebruikte werd je neus eraf gehakt en als je betrapt werd op het roken van tabak dan waren je lippen aan de beurt. Ook de paus verbood de producten, tabak was immers lichamelijk genot en dit was uit den boze.

Rond 1800 verscheen ook de sigaar in Europa en hiermee kwam het roken helemaal tot een hoogtepunt. Eerst werden deze sigaren nog door mensen thuis gemaakt maar later verschenen er echte sigarenfabrieken. De fabrieken gingen deze sigaren steeds dunner maken en uiteindelijk ontstond de sigaret.

Sigarenfabrikant James Buchanen Duke vond in 1880 de eerste sigaretten draaimachine uit die wel 200 sigaretten per minuut kon maken. In 1925 werd uiteindelijk de filter uitgevonden door de Hongaar Boris Aivaz en werd de sigaret zoals we hem vandaag de dag kennen geboren. Vanaf deze tijd beleefde de tabaksindustrie gouden tijden en was het overal ter wereld de normaalste zaak om te roken, in de trein en bus en in het ziekenhuis of bij de dokter. Het was helemaal niet raar om een jongeman van een jaar of 13 een sigaretje aan te bieden met de vraag of hij al rookte. Bij de kapper stond een bekertje met daarin sigaretten die iedereen kon pakken en de leraren stonden rokend voor de klas. Als je nu beelden van vroeger ziet uit bijvoorbeeld de tweede kamer zie je ook iedereen met een sigaret zitten, zelfs koningin Juliana was rond die tijd regelmatig rokend op tv te zien. Natuurlijk kon dit niet lang goed gaan en viel het op dat er steeds meer mensen ziek werden van een zeldzame ziekte, longkanker. Dat longkanker een verband had met roken werd in de jaren 30 al vermoedt en in de jaren 50 werd het uiteindelijk bewezen door de Engelse epidemioloog Richard Doll. Hij toonde ook aan dat roken het risico op hart- en vaatziekten sterk deed vergroten.

Vanaf die tijd is het roken langzaam op een weg terug, eerst kwamen er waarschuwingen op de pakjes sigaretten te staan en daarna werd het verboden om rookreclames uit te zenden of te publiceren. Ook kwamen er steeds meer plekken waar niet gerookt mocht worden met als eerste plek het vliegtuig in de jaren 90. Hierna volgde het openbaar vervoer. Ook ging de leeftijd waarop mensen sigaretten mochten kopen steeds meer omhoog. In het begin van de eeuwwisseling moest je 16 jaar of ouder zijn om sigaretten te kopen en in 2014 werd dit verhoogd naar 18. Ook mocht er niet meer gerookt worden op werkplekken en openbare ruimtes en vanaf 2008 moest de gehele horeca in Nederland rookvrij zijn. Mede door deze maatregelen zijn er steeds meer mensen die voorgoed stoppen met roken.